|
De restauratie Nadat alle delen gedemonteerd waren (op de assen en het stuur na dan) kon er worden begonnen met de uiteindelijke restauratie. Allereerst heb ik geďnventariseerd wat er allemaal vernieuwd moest worden en deze onderdelen direct bij diverse leveranciers besteld. Het meeste van de onderdelen was in Duitsland nog wel te krijgen. De rest heb ik via clubleden en liefhebbers kunnen vinden. Aangezien de onderdelen schaars worden, zijn ook de prijzen niet meer echt laag te noemen. De totale waarde van de nieuwe onderdelen bedraagt het dubbele van wat de wagen ooit nieuw heeft gekost. Toen de meeste onderdelen en vooral het plaatwerk binnen was, zijn we begonnen met het vervangen van de A-stijlen. Zowel de linker als de rechter waren compleet verrot. Ik spreek hier in de "we" vorm omdat ik voor al het laswerk geholpen ben door André Dijkstra. Na het vervangen van de A-stijlen, waren de dorpels aan de beurt. Ook deze moesten beide vervangen. Op de rechterdorpel had iemand kort daarvoor een overzet dorpel gelast. Dat heeft weinig zin als het rotte deel daarachter gewoon door kan gaan met zijn vernietigende werking. Het is echter een hele klus geweest om de dorpels passend te krijgen. Uiteraard zijn het immitatie delen, daar originele niet meer te krijgen zijn. Dat zie je dan ook terug in de pasvorm. Al met al hebben de dorpels 2 weken tijd gekost (in de avonduren wel te verstaan). Verder waren ook de binnendorpels slecht en was er al eens een stuk plaatwerk overheen gebakken (letterlijk en figuurlijk) Dit was zo slecht gedaan dat we een behoorlijk groot stuk binnendorpel moesten verwijderen om de schade te herstellen. Vervolgens begonnen
met de kofferruimte. Het gedeelte waar de benzinetank opstaat, is
een dubbel deel. Erg vervelend want alles wat dubbel is gaat troep
tussen zitten en verrot. Tevens was hierdoor het onderste deel van
het achterscherm compleet verrot. Er moest dus een nieuwe tankbodem
en onderste schermrand in. Hier hebben we de constructie veranderd
zodat er niet weer een dubbel stuk ontstond. Zodra er iets was
gelast of wanneer plaatwerk blank was gemaakt, is alles direct
daarna in de epoxy gezet. Dit om te voorkomen dat er weer
roestvorming op zou treden. Vervolgens ben ik begonnen met de nieuwe voorschermen. Aangezien die ook al aardig op leeftijd waren, zat er veel vliegroest op. Na alles te hebben geprobeerd, bleek dat ik de roestlaag niet diep genoeg weg kon krijgen en dus zijn de schermen naar een straalbedrijf gegaan om te stralen en direct van een epoxy laag te voorzien. Vervolgens ook deze aan de binnenkant voorzien van de anti steenslag coating. Nu alles aan de buitenkant zo'n beetje klaar was, werd het tijd dat de wagen op zijn kant ging om aan de bodem te werken. Eerst de assen gedemonteerd en deze ook gelijk weggebracht om te laten stralen. Vervolgens met 3 man de carrosserie optillen en op zijn kant gezet. De verwachting was dat er niet veel aan de bodem zou mankeren, maar als je eenmaal bezig bent valt dat toch weer tegen. Nadat de gehele bitumenlaag en oude teer van de bodem was verwijder, kon je pas goed zien wat er nu werkelijk aan mankeerde. Dan valt het toch altijd weer tegen. Maar met 6 slechte plekken mocht ik niet mopperen. Nadat ook deze eruit waren gezaagd en het nieuwe plaatwerk erin was gezet, is ook de bodem volledig opnieuw gekit, in de epoxy gezet, voorzien van de anti steenslag coating en vervolgens in de zwarte chassislak gezet. Hierna konden de nieuw gespoten assen er weer onder en kon de wagen weer op zijn wielen staan. Vervolgens is de wagen naar de spuiter gegaan. Nadat de wagen bij de spuiter was geweest, was het eerst zaak om de wagen zo volledig mogelijk op te bouwen. Toen dat was gerealiseerd, is de wagen op transport gegaan naar de interieur bekleder. Daar heeft ie, door omstandigheden, bijna 7 maanden gestaan. |